4.6. Studenten in staat stellen te groeien vanuit hun eigen ervaring

Studenten helpen leren van hun falen. In deze context wordt falen niet gezien als een negatieve emotie, maar als het resultaat van een ervaring. Als je ziet dat iets niet werkt, geeft het je de focus om te bepalen waarom het niet werkt en te kijken of je iets kunt veranderen om het wel te laten werken. Falen is een kans om te groeien! Bij het helpen van studenten om te leren van hun mislukkingen is het belangrijk om je te concentreren op de positieven terwijl je hen constructieve feedback geeft. Dit helpt de student om hun situatie beter te begrijpen en te herkennen dat er sommige dingen zijn die buiten hun controle liggen en andere die binnen hun controle liggen. De situatie kan worden gezien als een tweerichtingsgesprek waarbij het belangrijk is om de student aan te moedigen te reflecteren op hun situatie, maar ook om constructieve feedback te geven als een “kritische vriend”. Dit kan het beste worden bereikt als er een open en eerlijke relatie van respect en vertrouwen is tussen beide partijen.

Tips voor het geven van feedback aan studenten
wanneer ze ergens in gefaald hebben:

Do’s

  • Feedback moet gaan over gedrag, niet over persoonlijkheid.
  • Feedback moet het effect en de impact van het gedrag/de situatie van de persoon beschrijven.
  • Geef lof waar lof op zijn plaats is.
  • Werk aan de positieve aspecten om de sterke punten en relevantie van de student te versterken (alles waar je aandacht aan geeft, groeit).
  • Zorg ervoor dat kritiek een positieve, motiverende uitspraak is zodat de ontvanger zich in staat voelt verbeteringen door te voeren.
  • Toon passende lichaamstaal, vooral wat betreft oogcontact, lichaamshouding en fysieke maniertjes.
  • Wees specifiek over het goede gedrag en wees niet oordelend.
  • Verken samen en bied indien mogelijk suggesties of opties voor verbetering of verandering.

Don’ts

  • Vermijd sarcasme en denigrerende opmerkingen.
  • Vermijd het de schuld geven aan het individu met agressieve ‘jij’-uitspraken.
  • Besteed niet te veel aandacht of belang aan de negatieve aspecten.
  • Vermijd een oordelende houding.
  • Sluit niet af in een negatieve stemming.
  • Vermijd generaliseren of het gebruik van de meningen van anderen (focus op je relatie en meningen).

Feedback krijgen is zowel voor de student als de coach belangrijk. Het is essentieel dat ze beiden reflecteren op wat ze hebben gehoord en het eens worden over hoe ze het gaan gebruiken. Gibbs’ reflectieve cyclus moedigt je aan systematisch na te denken over de fasen van een ervaring of activiteit, en je moet alle koppen gebruiken om je reflectie te structureren. De zes fasen van de Gibbs Reflectieve Cyclus zijn:

  1. Beschrijving: Geef een feitelijk verslag van het kritieke incident of de gekozen episode, beschrijf wat er is gebeurd zonder interpretatie of oordeel.
  2. Gevoelens: Reflecteer op de emoties en gedachten die je tijdens het incident ervoer. Onderzoek je persoonlijke reacties en overweeg hoe ze je acties beïnvloedden.
  3. Evaluatie: Beoordeel de positieve en negatieve aspecten van de ervaring. Som de sterke en zwakke punten op, benadruk wat goed ging en wat verbeterd had kunnen worden
  4. Analyse: Onderzoek de situatie diepgaand om een dieper begrip te krijgen. Analyseer de factoren die bijdroegen aan de uitkomst en overweeg eventuele onderliggende oorzaken of patronen.
  5. Conclusie: Reflecteer op alternatieve acties die hadden kunnen worden ondernomen. Identificeer wat je anders had kunnen doen en erken acties of beslissingen die niet effectief waren.
  6. Actieplan: Ontwikkel op basis van je reflectie een actieplan voor vergelijkbare toekomstige situaties. Bepaal hoe je je aanpak of praktijk zult wijzigen om de lessen uit deze reflectie op te nemen. Overweeg specifieke veranderingen of verbeteringen die je zult aanbrengen om je toekomstige prestaties te verbeteren.
Afbeelding: Gibbs G (1988) Leren door Doen: Een gids voor onderwijs- en leermethoden. Further Education Unit. Oxford Polytechnic: Oxford.

Na te hebben geleerd van ervaringen, is het vervolgens zaak om acties te ondernemen om vooruit te gaan. Het volgende 3-stappen probleemoplossende model richt zich op (1) het verkennen van het probleem of de zorg (Luisteren), (2) de student helpen een nieuw begrip van het probleem te ontwikkelen (Doelstelling) en (3) de student helpen om het probleem op te lossen (Oplossen). Het gebruik van dit model zal de student ondersteunen bij het oplossen van een probleem, bijvoorbeeld het herkennen van zijn/haar bagage, het beslissen over stappen/doelen om negatieve bagage te overwinnen en het nemen van de nodige stappen om negatieve bagage te overwinnen.

Een drie-stappen model (van Gerard Egan: De vakkundige hulp)

Fase 1

Verkenning

Door het opbouwen van een warme relatie kan de coach de student in staat stellen, het probleem te bekijken vanuit zijn of haar eigen referentiekader en specifieke aandachtspunten aan te kaarten.

Vaardigheden

Aandacht geven, luisteren, herformuleren, reflecteren, focussen en samenvatten.

Fase 2

Nieuw inzicht

De student wordt geholpen om zichzelf en hun situatie vanuit nieuwe perspectieven te zien en zich te richten op wat ze zouden kunnen doen om effectiever om te gaan met hun situatie. Er wordt geholpen inzicht te krijgen in wat er goed of fout gaat in hun situatie, welke krachten en hulpmiddelen ze zouden kunnen gebruiken en welke ‘blinde vlekken’ hen mogelijk kunnen belemmeren bij het omgaan met hun problemen.

Vaardigheden

Alle vaardigheden van Fase 1 plus:

  • Vragen stellen
  • De student helpen om thema’s, tegenstrijdigheden, patronen en weerstand te herkennen.
  • Informatie geven
  • De bereidheid om informatie, gevoelens, gedachten en ervaringen te delen.
  • De student uitdagen
  • Doelen stellen

Fase 3

Actie ondernemen

Nadat een doel of doelen zijn verduidelijkt, wordt de student geholpen om mogelijke manieren van handelen te overwegen, de risico’s en gevolgen te bekijken, actie te plannen, deze uit te voeren en de voortgang te evalueren.

Vaardigheden

Alle vaardigheden van Fase 1 en 2 plus:

Creatief denken, Probleemoplossend denken, Actieplanning
Evaluatie

The model is not a ‘straitjacket’, a rigid scheme to stick to at all costs. Students are not always going to move smoothly from one stage to another.  Often it is necessary to re-trace steps, e.g. if the action doesn’t work out (Stage 3) it might be necessary to go back to Stage 2 or Stage 1.

In reality, people who are unhappy with their situation (Stage 1) often jump straight to Stage 3 (taking action) without establishing goals (Stage 2).  Sometimes doing almost anything is seen by the person as better than remaining at Stage 1.  Then impulsively acting often simply creates further problems.  The intention of the model is to help coaches and mentors work with students to really work through problems, establish goals and then take action. In this case the action is more likely to help to resolve the problem.